De draler

Kijk, daar staat ie weer te dralen
voor het bankje in het park
alsof hij wacht op een geheim signaal
van een eekhoorn met een megafoon

Een kwartier lang deed hij niets
behalve alles
Hij keek naar zijn schoenen
alsof ze hem konden vertellen
waar de liefde woont

Misschien wacht hij op een meisje
wat ruikt naar drop en revolutie
of op een jongen met een skateboard
en een vooruitziende blik

Of op zijn moeder
die altijd te vroeg is
en toch te laat

Of op zijn oom
die bij de bushalte
altijd doet alsof hij James Bond is
maar dan met een boodschappentas
vol prei en mislukte dromen

Want bij de bushalte
op je oom wachten
is niet stoer
Dat weet iedereen
Behalve ooms

En dan ineens   beweging!
Hij loopt             niet
Rent                  niet
Zweeft                niet


maar loopt gewoon
alsof hij een afspraak heeft
met het toeval

Wie hij zag?
Niemand weet het
Misschien was het God
vermomd als postbode
of gewoon iemand met een glimlach
die zei:

‘Hé, jij daar,
je bent precies op tijd.’