Bankje, half drie

Hij staat daar
alsof hij vergeten is
hoe nonchalance werkt

Één voet op het bankje
alsof hij elk moment
een waarheid laat vallen
die niemand besteld heeft

Maar hij zegt niets
hooguit iets over kruimels
of het soort weer
dat nergens toe verplicht

Zij zit
zoals iemand die merkt
dat ze in een scène is beland
zonder regisseur

Handen voor haar gezicht
een kleine tent
waarachter een lach kan schuilen
of een zucht
die al minuten onderweg is

Misschien zei hij net:
ik draai wel even een sjekkie
in de hoop
dat achteloosheid afstraalt

De zon doet ondertussen
alsof dit een schilderij is
dat beroemd wordt om het licht
en niet om de stilte
die tussen hen groeit

Hij blijft zo staan