Twee dames zitten op een bank
alsof ze daar al jaren horen
Hun stemmen
iets kleins
of het hele universum
van een afstand is
dat hetzelfde
De zon hangt erboven
als een lamp die niemand
na het feest heeft uitgedaan
Bij de containers laat een man
een stuk karton los
dat ooit boom was
en daarvoor misschien wolk
Hij kijkt naar de dames
alsof hun gesprek een deur is
waardoor je zomaar
naar binnen mag
Even denkt hij
dat hij mee zou kunnen doen
voor het allemaal regels krijgt
en kleine lettertjes
Maar thuis wachten dozen
die ’s nachts lijken te oefenen
in aanwezig zijn
Hij loopt weg
met het gevoel
dat hij iets heeft gemist
dat nergens werd aangekondigd
De zon weet hoe het zit
maar houdt zich, zoals altijd
van de domme
