Herman Berkien

Herman Berkien

Herman staat er nog
op zijn plekkie
aan de rand van het Ledig erf
met zijn hoed een beetje schreef


Alsof hij op
elk moment
kan zeggen
hé joh, wat mot je


Mafketels op de fiets
rijden als een dolle voorbij


Een meisje met oortjes in
mist de stadsgeluiden om haar heen


Herman ziet alles
hij ziet de zon gezelligheid scheppen
op de terrasjes om zich heen


Hij ziet een paar oude kerels
elke dag op hetzelfde bankie zitten
met elk een verhaal
van minstens drie kwartier


Haast moet je hier niet hebben
Utrecht is een stad die
graag doet alsof het rent
maar stiekem toch liever
Even blijft hangen
bij een terrasje


Bij iemand die roept
hé joh laat me er even langs
en vervolgens een praatje maakt


Er is veel veranderd
het politiebureau is
nu een bioscoop
met gezellige horeca


Utrecht zit niet in steen
het zijn de mensen
met hun geouwehoer
en gemopper
in het lachie
dat net te lang
blijft hangen


Als de avond over de gracht zakt
de domklokken galmen
De stad weer op adem komt


Is het net alsof hij zegt
doe rustig aan jochie
morgen sta ik hier weer