Herman staat er nog
op zijn plekkie
aan de rand van het Ledig erf
met zijn hoed een beetje schreef
Alsof hij op
elk moment
kan zeggen
hé joh, wat mot je
Mafketels op de fiets
rijden als een dolle voorbij
Een meisje met oortjes in
mist de stadsgeluiden om haar heen
Herman ziet alles
hij ziet de zon gezelligheid scheppen
op de terrasjes om zich heen
Hij ziet een paar oude kerels
elke dag op hetzelfde bankie zitten
met elk een verhaal
van minstens drie kwartier
Haast moet je hier niet hebben
Utrecht is een stad die
graag doet alsof het rent
maar stiekem toch liever
Even blijft hangen
bij een terrasje
Bij iemand die roept
hé joh laat me er even langs
en vervolgens een praatje maakt
Er is veel veranderd
het politiebureau is
nu een bioscoop
met gezellige horeca
Utrecht zit niet in steen
het zijn de mensen
met hun geouwehoer
en gemopper
in het lachie
dat net te lang
blijft hangen
Als de avond over de gracht zakt
de domklokken galmen
De stad weer op adem komt
Is het net alsof hij zegt
doe rustig aan jochie
morgen sta ik hier weer
