Bij de stadskraan

Aan de rand van het water
staat een machine die al lang
geen machine meer hoeft te zijn

De stad heeft vrachtwagens gekregen
containers, bestelapps, haast
maar zij bewaart haar oude gebaar

een arm omhoog
een touw naar beneden
alsof er elk moment een schip kan komen

Onder het hout
sluimert een geheugen van wijnvaten
marktlui, natte laarzen
en mannen die geen kinderen waren
maar toch craenkinderen heetten

Eeuwenlang tilde zij de stad uit het water
alles wat Utrecht nodig had
kwam drijvend aan

Tot die ene dag

een Engels beeld
te zwaar voor het verhaal dat eraan hing
trok de kraan uit haar evenwicht
hout kraakte

Water spatte op
de gracht hield haar adem in

Nu staat hier een nieuwe versie

niet om de handel gaande te houden
maar om ons eraan te herinneren
dat een stad meer is dan gebouwen

Een stad is ook datgene
wat ze opnieuw wil bouwen
nadat het allang verdwenen is

En kijk

tussen kantoren, verkeer en middagzon
staat de oude kraan weer te wachten

alsof geschiedenis niets anders is
dan geduldig aan een touw blijven hangen


tot iemand omhoogkijkt