Het bankje dat niemand zag

Aan de overkant staat een bankje
dat al uren zijn best doet
om gewoon een beetje gezien te worden
Maar niemand heeft daar tijd voor
want het is spitsuur

Twee wandelaars schuifelen voorbij
druk in gesprek over niks
het soort niks dat toch heel belangrijk lijkt

Een mevrouw in een rolstoel
wordt voortgeduwd
door iemand die nu demonstratief
de andere kant op kijkt
misschien ruzie
misschien gewoon even pauze

Verderop zoeven twee fietsers
met rugzakken
en een gezicht dat zegt:
als ik nu trap dat mijn leven ervan afhangt
ben ik misschien nog net op tijd
voor het eerste uur

Ze missen het bankje
door een storm in hun hoofd
Ondertussen zit dat arme ding
maar te wachten
alsof hij denkt:
is er dan niemand in deze stad
die gewoon even
op mij wil komen zitten?
Ik bijt toch niet

Maar iedereen loopt
en fietst
en rent
voorbij
alsof het bankje
een soort optische illusie is

Een fata morgana van hout en beton
die vanzelf verdwijnt
als je te lang kijkt

En, heel zacht
hoor ik het bankje zuchten

Ach ja…
misschien morgen