Aan de overkant
in het zonlicht
staat een bankje
met een gele prullenbak
en een fiets
een damesfiets
als dat nog telt
Er zit een man
Er zit een vrouw
Ze praten
Over werk misschien
over deadlines
die smelten in de hitte
van een gebouw zonder airco
Misschien zeiden ze:
kom, we zoeken een bankje
waar de wind nog iets probeert
Of, en dit denk ik liever
ze hebben hier afgesproken
Niet voor werk
niet voor wat moet
maar voor wat niet mag
Voor een gesprek zonder onderwerp
en een blik die iets verraadt
wat thuis geen naam heeft
Ik heb het niet gezien
ik was er niet bij
Maar mijn gedachten
zaten al
op dat bankje
naast de prullenbak
naast de damesfiets
tussen woorden
die ik nooit zal horen.
En dat is precies goed zo
