Ze kijkt naar hem
alsof de warmte even ophoudt
De kale bomen denken
wacht, dit is belangrijk
Hij staat daar
met zijn handen in zijn zakken
alsof hij niet weet
dat hij vol liefde wordt bekeken
zoals je alleen wordt aangekeken
als iemand alvast naast je gaat zitten in gedachten
Het bankje achter hen
doet wat bankjes doen
Zwijgen
Nat van de ochtend
Koud van het feit
dat iedereen haast heeft
en niemand meer een reden
om even te blijven
Er lopen mensen langs
met schermen voor hun ogen
Bestemmingen in hun hoofd
Niemand ziet
hoe zij hem bijna aanraakt
zonder hem aan te raken
Het bankje weet het wel
het voelt hoe dichtbij ze staan
hoe haar blik alvast
een deken uitrolt
over nat hout
Hij mist hun warmte
niet hun gewicht
wel het kleine verschuiven
het samen passen
het per ongeluk blijven zitten
omdat het goed is
Misschien
als ze straks toch gaan zitten
dat de kou schikt
en wegtrekt in het gras
Misschien
dat liefde
een bankje is
dat wacht
tot iemand besluit
Dat haast ook morgen kan
