Een vrouw met wiebelende tenen

Een vrouw met wiebelende tenen
oma die met haar schaduw speelt
een man die naast hen zwijgend zit
alsof hij heel de dag al deelt


Een hondje loopt op lichte voeten
naast iemand met een trage pas
de middag draagt een gouden deken
en in de lucht niks dan er was

De bomen dromen in het groen
ze wuiven zachtjes met hun takken
alsof ze iets vergeten zijn
maar daar geen woorden voor gaan pakken


De bank houdt alles bij elkaar
drie mensen, een verhaal, een tijd
die zomaar even stilstaat
zoals geluk zich soms verblijdt