Het ongenoegen van de Oosterbuurt
ze hebben het netjes begraven
op ooghoogte, tussen baksteen
en een raam dat nog gewoon open kan
Er zou een weg komen
auto’s zouden hierheen stromen
alsof de toekomst haast had
Huizen werden alvast vergeten
muren kregen geen verf meer
bewoners kregen formulieren
Maar mensen zijn koppiger dan plannen
ze bleven wonen waar de gemeente
alvast afscheid had genomen
Ze schreven brieven, maakten bezwaar
spraken in zaaltjes waar de koffie
naar overwinning noch nederlaag smaakte
Sommigen kraakten huizen
die anders leeg zouden staan
Anderen droomden juist van nieuwbouw
een grotere kamer, een badkamer
zonder geschiedenis aan de muren
Zo gaat dat met een buurt
je bent het nooit helemaal eens
over wat we vast willen houden
En toch bleef er iets
De voorgevels bijvoorbeeld
alsof de straat zichzelf
in de spiegel had aangekeken
en had gezegd:
dit gezicht houden we
Op vijftien mei vijfentachtig
werd de strijdbijl begraven
of beter gezegd
Het Ongenoegen
Een steen kwam in de muur
met woorden die klinken
als een graf voor een ruzie
Maar achter die steen
ligt nog een verhaal begraven
een scriptie, papier tegen steen
alsof iemand dacht
als we het dan toch begraven
laten we er vooral bewijs bij doen
Nu fietsen mensen erlangs
ze zien bakstenen, ramen
een stoep, een fietsbel
Niemand hoort de auto’s
die nooit kwamen
Niemand ziet de huizen
die er bijna niet meer waren
Alleen de steen weet nog
dat een straat soms gered wordt
door mensen die weigeren
te vertrekken uit een toekomst
die nooit heeft bestaan
