Tussen kantoren, fietsen
en mensen die ergens moeten zijn
staat een merrie
al langer stil
dan de meeste gebouwen
Ze buigt haar hoofd
naar een veulen
dat nooit groot wordt
alsof tijd hier
besloten heeft
een pauze te nemen
Ooit wilde een Bank
vertellen dat groei
iets goeds was
dat morgen voortkomt
uit vandaag
zoals een jong uit een moeder
Maar de stad
heeft haar eigen plannen
De bank verhuisde
namen veranderden
directeuren verdwenen in archiefdozen
en toch staan ze hier nog
Soms denk ik aan Floris
het politiepaard dat
model zou hebben gestaan
zonder te weten
dat zijn schaduw
van brons zou worden
Dat voorbijgangers
vijftig jaar later
zouden kijken en zich afvragen
waar gaat dit eigenlijk over?
Misschien nergens over
Misschien alleen over wat blijft
Een moeder, een jong
en Utrecht
wat haastig voorbijloopt
maar af en toe toch even omkijkt
–
–
