Een vrouw op een bankje
rookt een gedachte weg
De dag hangt om haar heen
alsof hij nog moet beginnen
Over het pad
schuifelt een jongen met rugzak
en een gezicht
dat liever thuis was gebleven
Hij kijkt naar de grond
alsof daar een ontsnapping ligt
Tussen hen in
een stoeptegel of tien
en een heel leven
Hij loopt door
Zij rookt verder
De ochtend
merkt er niets van
