Twee pubermeiden op een bankje
In het park, onder bomen
met bladeren als fluisterende moeders
zitten twee meisjes
hun knieƫn vol geheimen
hun stemmen net te luid voor stilte
Ze lachen met de zekerheid
van wie nog niet weet
hoeveel er later
niet gezegd wordt
De zon kijkt tussen de takken door
alsof ze ook even wil luisteren
En ergens
tussen giechelen en gemopper
valt de toekomst op zijn plek
zonder dat iemand het merkt
