Ze zit in het wit
alsof ze vandaag besloten heeft
niet op te vallen
en daardoor juist oplicht
tegen het gras
Haar handen rusten op elkaar
zoals je een gesprek pauzeert
zonder het af te ronden
Mogelijk wacht ze op niets
en is dat precies de bedoeling
Voor haar snijdt een fietser
door het zonlicht heen
met een mand die nog leeg lijkt
maar al vol plannen zit
Hij trapt alsof ergens iemand rekent op brood,
bloemen,
of op een verhaal dat nog moet beginnen
Ze volgt hem niet met haar ogen
of net niet genoeg om het zeker te weten
Soms kijk je langs iemand heen
en raak je hem toch
Verderop loopt een man
die haar passeert zonder geschiedenis
Hij is er even,
zoals een gedachte die je vergeet
zodra hij klopt
De bomen houden het licht vast
alsof ze weten dat dit
een moment is dat nergens heen hoeft
En zij
in het wit
zit precies tussen alles wat gebeurt
en alles wat ze zich inbeeldt
