In het park waar de zon zich verveelt

In het park waar de zon zich verveelt op het gras
en de bomen hun schaduw vergeten
fietst een man in een shirt vol verhalen
die niemand nog heeft opgeschreven

Zijn banden zoeven over het pad
zijn rem piept een lied uit een ander bestaan
Hij denkt: ik had ergens naartoe moeten gaan
maar vergeet steeds waarheen, halverwege het plan

Op een bankje, half verscholen in groen
zit een man die net deed alsof hij ging joggen
Hij hield halt bij een zin die zijn benen verzonnen
en schreef hem op in de lucht met zijn ogen

De bomen hielden hun adem in
één stond wat scheef van het denken
De zon legde goud op zijn schouders
maar hij zocht naar een versnelling die nergens meer hing

Hij keek op en zag hem, een man op een fiets
alsof iemand hem droomde
met zorg en met liefde
Hij riep:
Hé, waar ga je naartoe met dat brik?
Hij antwoordde
Ik zoek een idee
Heb jij er misschien één te leen?

En daar, tussen bankje en bandenspoor
ontstond iets dat leek op een lied zonder klanken
van trappers die twijfelen, bomen die wachten
en mensen die zomaar iets moois bedenken